ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant was werkzaam als meewerkend voorman timmerman bij een werkgever met een tijdelijk contract dat eindigde op 12 november 2004. Na kennisgeving van het niet verlengen van zijn contract, heeft appellant vanaf 25 oktober 2004 onvoldoende sollicitatieactiviteiten verricht. Hij heeft zich ook niet ingeschreven bij uitzendbureaus in de relevante periode.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde een onderzoek in en legde een korting op de WW-uitkering op omdat appellant niet voldeed aan zijn sollicitatieplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat zijn dienstverband zou eindigen en dat hij vanaf dat moment sollicitatieactiviteiten moest ontplooien.
De Raad oordeelde dat het Uwv niet verplicht was nader onderzoek te doen naar beschikbare vacatures en dat de persoonlijke omstandigheden van appellant onvoldoende waren om van de algemene sollicitatieplicht af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de korting op de WW-uitkering bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.