ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken objectief medisch vastgestelde arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig medewerkster bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, viel uit wegens vermoeidheids- en spierpijnklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. De verzekeringsarts concludeerde dat zij niet arbeidsongeschikt was voor haar functie als rechtstreeks en objectief medisch gevolg van ziekte of gebrek. Het UWV wees de uitkering af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Appellante stelde dat zij beperkingen had door fibromyalgie en psychosomatische klachten, ondersteund door rapporten van een revalidatiearts en een zenuwarts. De rechtbank oordeelde dat deze rapporten geen objectief medisch bewijs leverden van arbeidsongeschiktheid en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad zag geen aanleiding voor nader onderzoek en vond dat niet was komen vast te staan dat appellante arbeidsongeschikt was als rechtstreeks en objectief medisch gevolg van ziekte of gebrek in de zin van de WAO.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens ontbreken van objectief medisch vastgestelde arbeidsongeschiktheid.