ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens verblijf kinderen buiten huishouden
Appellante is gescheiden en ontving kinderbijslag voor haar kinderen die na de scheiding bij haar verbleven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) ontdekte dat de kinderen sinds juli 2002 in Marokko onderwijs volgden en bij hun grootouders woonden. De Svb weigerde daarom vanaf het vierde kwartaal van 2002 kinderbijslag, omdat de kinderen niet meer tot het huishouden van appellante behoorden en zij niet aan de onderhoudseis voldeed.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat het verblijf in Marokko tijdelijk was en de kinderen nog tot haar huishouden behoorden. De Svb handhaafde het besluit, stellende dat het verblijf niet meer als tijdelijk kon worden beschouwd, aangezien de kinderen niet terugkeerden na de zomervakantie en in Marokko naar school gingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het tijdelijke karakter van het verblijf was vervallen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en oordeelde dat de kinderen vanaf het vierde kwartaal van 2002 niet meer tot het huishouden van appellante behoorden. Verwijzingen naar eerdere uitspraken konden aan dit geval niet worden toegerekend. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De kinderbijslag wordt geweigerd omdat de kinderen sinds juli 2002 niet meer tot het huishouden van appellante behoren.