ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag militair wegens willekeur bij softdruggebruikbeleid
Appellant, een militair, werd op 21 mei 2003 aangehouden wegens het gebruik van een joint en ontslagen wegens wangedrag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). De staatssecretaris handhaafde dit ontslagbesluit na bezwaar, waarop appellant beroep instelde. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet wist dat het om een joint ging en dat het beleid bij de Koninklijke Landmacht (KL) onterecht afweek van het algemene defensiebeleid, waarbij bij een eerste overtreding meestal een waarschuwing wordt gegeven.
De Raad overwoog dat appellant wist dat hij een joint rookte en dat de verschillen in beleid tussen krijgsmachtdelen moeten berusten op geobjectiveerde en functionele gronden. De staatssecretaris kon deze verschillen niet voldoende onderbouwen, ondanks het argument dat de KL relatief veel laaggeschoold personeel heeft dat vatbaar is voor groepsdruk. De Raad vond het onderscheid daarom willekeurig en in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad vernietigde het ontslagbesluit van 6 juni 2003 en het handhavingsbesluit van 16 oktober 2003, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens softdruggebruik wordt vernietigd wegens strijd met het verbod van willekeur.