ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de hoogte van de maatregel bijstandsuitkering wegens niet-naleving oproepen
Betrokkene ontving sinds september 2001 een bijstandsuitkering volgens de norm voor een alleenstaande. Appellant legde meerdere malen maatregelen op wegens het niet of niet tijdig verschijnen op oproepen in het kader van reïntegratie. In 2003 werd de bijstand voor één maand met 10% verlaagd, en in 2004 werd bijstand geheel geweigerd gedurende één maand wegens recidive.
De rechtbank vernietigde het besluit van 14 oktober 2004 omdat de opgelegde sanctie zwaarder was dan de gemeentelijke Maatregelenverordening die per 1 januari 2005 in werking trad en oordeelde dat de maatregel in strijd was met het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de maatregel van volledige weigering niet evenredig is gezien de ernst van de gedragingen en het feit dat betrokkene ruim twee maanden geen bijstand ontvangt. De Raad stelt vast dat betrokkene herhaaldelijk zonder geldige reden niet is verschenen op afspraken. De opgelegde maatregel wordt daarom verminderd tot een verlaging van 20% voor de duur van twee maanden, wat als evenredig wordt beschouwd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen en legt zelf de aangepaste maatregel op. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De maatregel van volledige weigering van bijstand wordt vervangen door een verlaging van 20% voor de duur van twee maanden.