ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtsgevolgen WAO-uitkeringsbesluit ondanks vernietiging
Appellant, werkzaam als audiciën, kreeg vanaf 28 september 1990 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na diverse medische onderzoeken en herbeoordelingen stelde het UWV het verlies aan verdiencapaciteit vast op circa 36%, waarbij functies werden geselecteerd die appellant geacht werd te kunnen vervullen.
De rechtbank vernietigde het UWV-besluit wegens onvoldoende toelichting over geschiktheid van functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat hij zwaardere beperkingen had en volledig arbeidsongeschikt was, en dat de functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen in stand liet. Medische rapporten wezen niet op depressieve stoornissen op de datum in geding en de arbeidskundige beoordeling was adequaat. De Raad verwierp de bezwaren tegen de geselecteerde functies en bevestigde het besluit. Proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtsgevolgen van het vernietigde UWV-besluit en wijst het hoger beroep van appellant af.