ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 1997 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering in per 19 april 2003, omdat uit verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15% had.
Appellant voerde bezwaar aan met medische en arbeidskundige gronden, waaronder psychische en lichamelijke klachten. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, mede omdat de aangeleverde tegenrapporten onvoldoende onderbouwing boden. In hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke psychiater die aanwijzingen voor simulatie vond en de belastbaarheid van appellant bevestigde.
De Raad concludeerde dat zowel de medische als arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was heroverwogen en dat het UWV terecht de uitkering had ingetrokken. Er was geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek of afwijking van het oordeel van de onafhankelijke deskundige. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.