ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende bezoldiging na arbeidsongeschiktheid en ontslag
Appellante, werkzaam bij de Belastingdienst, verzocht om terugwerkende betaling van haar volledige salaris over 36 uur voor het jaar 2001, terwijl haar aanstelling was teruggebracht tot 25,2 uur per week. Zij was ziek gemeld in maart 2001 en vroeg uitbetaling op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).
De minister wees dit verzoek af, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante niet arbeidsongeschikt was vóór de datum van haar ontslag voor de betreffende uren. De Centrale Raad overweegt dat het verzoek van appellante neerkomt op een herhaalde aanvraag om terug te komen op een eerder besluit, waarvoor geen nieuw feit of gewijzigde omstandigheid is aangevoerd.
De Raad stelt dat de rechtbank zich terecht beperkte tot de vraag of sprake was van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen en bevestigt de uitspraak. Tevens wordt het oordeel van de rechtbank over een vergoeding op grond van artikel 69 ARAR Pro niet gevolgd omdat dit buiten het bestreden besluit viel.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en de weigering van terugwerkende bezoldiging bevestigd.