ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening besluit ziekengeld UWV wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op een eerder besluit waarin haar ziekengeld werd stopgezet. Zij stelde dat zij het bezwaarschrift tijdig per fax had verzonden en overlegde daarvoor een gespreksspecificatie van KPN en getuigenverklaringen.
De Raad oordeelde dat deze stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormen in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat appellante deze stellingen reeds in eerdere procedures had aangevoerd. Het UWV was daarom bevoegd het verzoek zonder nader onderzoek af te wijzen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing van het UWV en de rechtbank is daarmee in stand gebleven, en het verzoek tot herziening is afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van het aanvoeren van daadwerkelijk nieuwe feiten bij verzoeken om herziening van bestuursbesluiten en bevestigt de rechtszekerheid van eerdere besluiten wanneer geen nieuwe omstandigheden worden gesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.