ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen en een voorschot terug te vorderen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd actueel waren.
In hoger beroep bracht appellante grieven naar voren over het ontbreken van schriftelijke verslaglegging van overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts en de actualiteit van de functies. De Raad oordeelde dat het overleg wel was vastgelegd in het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige en dat de functies actueel waren op de versiedatum, niet de enquêtedatum.
De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende onderbouwing in eerste aanleg, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.