ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering bij salarisverhoging en rechtszekerheidsbeginsel
Betrokkene, arbeidsongeschikt verklaard en werkzaam bij het Regionaal Bureau Onderwijs, kreeg een substantiële salarisverhoging per 1 april 2000 na herziening van zijn WAO-uitkering. Het UWV herzag de uitkering met terugwerkende kracht en vorderde te veel betaalde bedragen terug. Betrokkene stelde dat hij de salarisverhoging tijdig had gemeld en dat de terugwerkende kracht over 2001 in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank vernietigde de eerste besluiten van het UWV en oordeelde dat de terugwerkende kracht over 2001 strijdig was met rechtszekerheid. Het UWV nam nieuwe besluiten die deels tegemoet kwamen aan de grieven, maar betrokkene bleef hoger beroep instellen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene redelijkerwijs had moeten weten dat de salarisverhoging invloed had op zijn uitkering en dat hij dit niet tijdig had gemeld, waardoor de herziening met terugwerkende kracht niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad verklaarde het beroep tegen twee besluiten niet-ontvankelijk, verwierp het beroep tegen de herziening van de uitkering en vernietigde het besluit over de terugvordering wegens onjuiste berekening, omdat betrokkene de uitkering per september 2003 had laten stoppen en bedragen had terugbetaald. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Herziening WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd, terugvordering deels vernietigd wegens onjuiste berekening.