ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken arbeid in refertejaar
Appellante verzocht op 15 juni 2003 om een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid sinds december 1998, maar het UWV weigerde deze omdat zij in het refertejaar (1 mei 2001 tot 1 mei 2002) geen arbeid had verricht gericht op het verwerven van inkomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische verklaringen niet aannemelijk maakten dat de klachten in 1999 het gevolg waren van beginnende borstkanker.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten en een recidief in 2005 aantonen dat haar arbeidsongeschiktheid reeds in 1999 begon. De Raad stelde echter vast dat volgens medische rapporten, waaronder van de interniste Dr. Bartels, geen objectief medisch bewijs bestaat dat de klachten in 1999 verband hielden met borstkanker of dat toen al sprake was van arbeidsongeschiktheid.
De Raad benadrukte dat arbeidsongeschiktheid in de WAZ alleen geldt indien op objectieve medische gronden de verzekerde de in aanmerking komende arbeid niet kan verrichten. De eigen opvatting van de verzekerde is niet beslissend. Gezien het ontbreken van een medisch causaal verband en het feit dat appellante in het refertejaar geen arbeid verrichtte, werd het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het ontbreken van arbeid in het refertejaar en het ontbreken van objectieve medische arbeidsongeschiktheid in 1999.