ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 11 februari 2002, waarin hem een uitkering op grond van de Wet arbeidsonge-schiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard bij besluit van 12 maart 2003. De rechtbank Groningen bevestigde dit besluit op 23 april 2004, waarbij zij zich baseerde op het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de medische informatie van de behandelend specialist.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de diagnose Morbus Kahler inmiddels met zekerheid was gesteld, wat de ernst van zijn beperkingen zou onderstrepen. De Raad heeft echter geoordeeld dat de medische gegevens uit 2002 en 2003 geen nieuwe inzichten bieden die het oordeel van het UWV en de rechtbank ondergraven. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant op de datum van 30 mei 2000 ernstiger beperkt was dan vastgesteld.
Daarmee heeft de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 19 december 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.