ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Intrekking besluit arbeidsongeschiktheidsuitkering en proceskostenveroordeling
Appellante ontving een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Op 14 januari 2004 werd deze herzien naar 25-35%, waarna bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde het UWV een nieuw besluit van 28 juni 2005 vast, maar dit kwam niet volledig tegemoet aan appellantes beroep.
De Raad oordeelde dat het beroep mede tegen het nieuwe besluit gericht moest worden en dat appellante geen belang meer had bij het eerdere besluit, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens gaf het UWV aan het besluit van 28 juni 2005 niet langer te handhaven en voornemens te zijn de uitkering opnieuw te berekenen volgens de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheidsklasse.
De Raad vernietigde het besluit van 28 juni 2005 en beval het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante van in totaal €644 en tot vergoeding van het griffierecht van €139.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, herzieningsbesluit vernietigd en nieuw besluit bevolen met proceskostenveroordeling.