ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht bevestigd
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand en griffierecht, waarbij het College de aanvraag deels afwees wegens te late indiening en deels vanwege draagkracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het College onrechtmatig handelde en dat zij recht had op een hogere toeslag wegens hulpbehoevendheid.
De Raad oordeelde dat het beleid van het College om aanvragen binnen twee maanden na kosten te accepteren, buitenwettelijk maar begunstigend is en dat dit beleid consistent was toegepast. Appellante kon geen bijzondere omstandigheden aantonen voor terugwerkende kracht. De draagkracht werd correct berekend, en appellante had onvoldoende medische onderbouwing voor een hogere toeslag wegens hulpbehoevendheid.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.