ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks verschil in medische adviezen
Appellante, werkzaam als secretaresse, kreeg na een auto-ongeval in 1999 klachten die leidden tot arbeidsongeschiktheid en een WAO-uitkering toegekend vanaf 2000. Het Uwv herzag in 2002 haar arbeidsongeschiktheidspercentage op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op met beperkingen en een urenbeperking van 20 uur per week.
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening, onderbouwd met adviezen van haar behandelend revalidatie-arts die een lagere belastbaarheid aannam. Het Uwv handhaafde het besluit na hernieuwd onderzoek en concludeerde dat de vastgestelde belastbaarheid toereikend was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat het Uwv op deskundige wijze de belastbaarheid heeft vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met het post-whiplashsyndroom en dat het verschil met de revalidatie-arts verklaarbaar is door het verschil in medische expertise en doelstelling.
De Raad oordeelt dat de motivering van het Uwv voldoende is en dat de aangevallen uitspraak met enige aanvulling van gronden bevestigd kan worden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en oordeelt dat de vastgestelde belastbaarheid voldoende is gemotiveerd.