ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar arbeidsongeschiktheidsklasse 15-25% wegens psychische beperkingen
Appellante is sinds 4 november 1998 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en persoonlijkheidsproblematiek, waarvoor zij een WAO-uitkering ontving in de klasse 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2002 heeft het UWV haar uitkering herzien naar de klasse 15 tot 25%, gebaseerd op een verlies aan verdiencapaciteit van 20% en duurzaam benutbare mogelijkheden ondanks beperkingen.
Appellante betwistte deze herziening en verwees naar medische rapporten die een ernstiger beperking en de noodzaak van een duurbeperking zouden aantonen. Deskundigen zoals zenuwarts Van Zandvoort, psychiater Kemperman en prof. dr. Van den Bosch gaven uiteenlopende visies, waarbij Kemperman een aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adviseerde maar geen medische noodzaak voor een duurbeperking zag.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderschreven de bevindingen van Kemperman, en het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep sloten zich hierbij aan, oordelend dat appellante wel beperkingen heeft maar over duurzaam benutbare mogelijkheden beschikt en dat de maatman correct is vastgesteld op 32 uur per week.
De Raad concludeert dat de herziening van de WAO-uitkering terecht is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarbij geen aanleiding is voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De medische en arbeidskundige gronden zijn voldoende onderbouwd en de door appellante aangevoerde bezwaren worden niet gevolgd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 15 tot 25% wordt bevestigd.