ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na juiste vaststelling psychische beperkingen
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 14 februari 2003 in te trekken. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden vastgesteld dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden had, ondanks enkele beperkingen. Een aanvullend onderzoek door gezondheidszorgpsycholoog Van Soest bevestigde dit.
Appellant stelde dat zijn psychische beperkingen niet juist waren vastgesteld en verzocht om een aanvullend psychiatrisch onderzoek. Dit onderzoek kon echter niet worden uitgevoerd vanwege het niet meewerken van appellant. De Raad vond geen aanleiding om het besluit te herzien omdat de eerdere rapportages zorgvuldig en juist waren.
Ook de arbeidskundige beoordeling en het overleg over passende functies, waarbij geen onjuiste uitkomsten werden vastgesteld, ondersteunden het besluit. De Raad concludeerde dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld en passende functies beschikbaar zijn.