ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens bezit buitenlands vermogen en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstandsuitkering sinds 1987 en beschikten over onroerende zaken in Turkije die zij niet hadden gemeld. Na onderzoek via de Nederlandse ambassade in Ankara bleek dat zij drie woningen en zes stukken grond bezaten met een waarde tussen €23.767 en €36.200.
Het College van burgemeester en wethouders van Almelo trok de bijstand over de periode 7 oktober 2002 tot 17 december 2003 in en vorderde €20.300,95 terug, omdat het vermogen de vermogensgrens overschreed en appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden. Appellanten stelden dat zij schulden hadden bij hun zoons, maar konden dit niet objectief aantonen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering op grond van de WWB, en dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door het niet melden van het vermogen en de onduidelijkheid over de verkoopopbrengst van onroerende zaken. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens bezit van buitenlands vermogen en schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.