ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 1 december 2003 een aanvraag in voor algemene bijstand ter aanvulling op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het College wees deze aanvraag op 6 januari 2004 af omdat appellant niet op het opgegeven adres bleek te wonen. Na bezwaar handhaafde het College het besluit op 28 oktober 2004, nu appellant niet alle gevraagde informatie had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden beoordeeld.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij de gevraagde bankafschriften wel tijdig had ingediend. De Raad oordeelde echter dat appellant niet volledig had voldaan aan het verzoek om bankafschriften over de periode oktober 2003 tot en met 6 januari 2004 te overleggen. Ondanks verzoeken en een hoorzitting gaf appellant niet alle benodigde stukken aan, wat essentieel is voor de beoordeling van het recht op bijstand.
De Raad verwijst naar de WWB die sinds 1 januari 2004 van toepassing is en benadrukt dat het College gerechtigd is inzage te vragen in bankafschriften om het recht op bijstand te kunnen vaststellen. Omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij redelijkerwijs niet in staat was de gevraagde gegevens te verstrekken, is de afwijzing terecht. De Raad bevestigt het eerdere oordeel van de rechtbank Amsterdam en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens niet-nakoming van de inlichtingenverplichting.