ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en herhaalde bezwaarbesluiten door het UWV
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van WAO en WAJONG. Het UWV heeft meerdere besluiten genomen die de mate van arbeidsongeschiktheid en de aanspraak op uitkering vaststellen, waarbij de Raad constateerde dat eerdere onderzoeken en besluiten niet volledig waren en het onderzoek heropend moest worden.
De medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder rapporten van artsen Koek, De Koning, Lind en Grothe, zijn uitgebreid besproken. De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het laatste besluit (besluit 5) zorgvuldig en juist zijn vastgesteld, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid op 15 januari 2000 tussen 15 en 25% ligt.
De Raad oordeelt dat het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk is omdat deze besluiten feitelijk zijn ingetrokken door opvolgende besluiten. Het beroep tegen het laatste besluit wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant. De Raad wijst ook een vergoeding van het griffierecht toe aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen eerdere besluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het laatste besluit ongegrond verklaard.