ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inzage medische gegevens en toekenning WAO-uitkering met terugwerkende kracht
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen de toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer met terugwerkende kracht. De werknemer was sinds 1998 in dienst en viel in 1999 uit wegens psychische klachten. Het UWV kende de uitkering toe met ingang van september 2000, ondanks bezwaar van de werkgever.
De werkgever stelde dat zij geen eerlijk proces had gehad omdat zij geen inzage kreeg in de medische stukken van de werknemer en dat het UWV ten onrechte afweek van de standaardregel dat een uitkering niet eerder dan een jaar voor de aanvraag kan ingaan. De Raad overwoog dat artikel 6 EVRM Pro alleen ziet op rechterlijke procedures en dat bestuursorganen zoals het UWV niet verplicht zijn af te wijken van de medische besluitenregeling die inzage in medische gegevens verbiedt.
Verder oordeelde de Raad dat er sprake was van een bijzonder geval waarin de werknemer om medische redenen niet eerder een uitkering kon aanvragen. De stelling van de werkgever dat de werknemer hulp had kunnen inroepen werd niet gevolgd vanwege het ontbreken van contacten. De toekenning van de uitkering met terugwerkende kracht is daarmee rechtmatig en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd.