ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting medische beoordeling
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%, ongewijzigd werd vastgesteld. Zij betoogde dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat haar medische situatie was verslechterd, onderbouwd met rapportages van verschillende artsen en therapeuten.
De rechtbank Maastricht had het beroep eerder ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat het ontbreken van een lichamelijk onderzoek niet leidde tot een onjuiste beoordeling, mede omdat de verzekeringsarts beschikte over relevante informatie van de behandelende reumatoloog. De Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om van dit oordeel af te wijken.
De Raad oordeelde dat de klachten van appellante voldoende in de beoordeling waren meegenomen en dat de erkenning van fibromyalgie als ziekte geen reden gaf om het besluit te herzien. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om de WAO-uitkering ongewijzigd vast te stellen wordt bevestigd.