ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen vergoeding woon-werkverkeer en parkeerkaart gemeente Hilversum
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Hilversum over de vergoeding van woon-werkverkeer en het verstrekken van een parkeerkaart. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad overweegt dat het oorspronkelijke besluit van 3 mei 2002 niet onbevoegd was, omdat het bevoegdheidsgebrek is geheeld door het besluit op bezwaar. De grief over strijd met het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn. De vergoeding wordt toegekend op grond van de Arbeidsvoorwaardenregeling Hilversum.
De Raad oordeelt dat de brief van 17 maart 2004 een besluit tot beëindiging van de vergoeding bevatte, waartegen bezwaar mogelijk is. Dit besluit is echter gegrond omdat appellant gedurende ruim twee jaar een hogere vergoeding ontving dan volgens de nieuwe regeling mogelijk was. Het besluit van 19 augustus 2005 waarbij een tijdelijk parkeerbewijs met terugwerkende kracht werd toegekend, wordt bevestigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 17 maart 2004 wordt ongegrond verklaard, het besluit van 15 juni 2004 wordt vernietigd en het beroep tegen het besluit van 19 augustus 2005 wordt ongegrond verklaard.