ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant heeft een WAO-uitkering toegekend gekregen met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Hij betwistte deze beoordeling op grond van rug- en nekklachten die volgens hem leiden tot grotere beperkingen dan door het UWV aangenomen. Een contra-expertise door dr. Morrenhof bevestigde deze beperkingen deels, met name op basis van subjectieve pijnklachten.
Het UWV baseerde haar oordeel op medische rapporten van verzekeringsarts Jansen en bezwaarverzekeringsarts Corten, die de beperkingen objectief vaststelden en concludeerden dat de functionele mogelijkhedenlijst correct was. Corten benadrukte dat alleen medisch objectiveerbare afwijkingen in aanmerking genomen moeten worden en dat de pijnklachten voornamelijk myogeen van aard zijn.
De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing van het UWV voldoende was en dat de subjectieve pijnklachten niet leiden tot een urenreductie of extra beperkingen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant een WAO-uitkering ontvangt met een arbeidsongeschiktheid van 35-45%.