ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzuim van rente over rente bij nabetaling WW-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht over de toekenning van wettelijke rente bij een nabetaling van een WW-uitkering.
Betrokkene had op 22 februari 2003 verzocht om herziening van het WW-dagloon, waarop het UWV bij besluit van 6 maart 2003 het dagloon met terugwerkende kracht verhoogde. De rechtbank oordeelde dat het UWV te weinig wettelijke rente had vergoed en dat het besluit van 21 april 1994 onrechtmatig was, waardoor het UWV vanaf 1 mei 1994 rente verschuldigd was.
Het UWV erkende de onrechtmatigheid, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor rekening van betrokkene kwamen omdat deze geen tijdig rechtsmiddel had aangewend. De Centrale Raad stelde vast dat het UWV verzuimd had rente over rente toe te kennen, waardoor het bestreden besluit terecht werd vernietigd, zij het op andere gronden dan de rechtbank had aangevoerd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van betrokkene, waarbij rekening wordt gehouden met de toekenning van rente over rente. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene ter hoogte van € 644,-.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit wegens verzuim van rente over rente en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten.