ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning rente over nabetaling WW-uitkering onrechtmatig verklaard
Betrokkene ontving vanaf 3 januari 1994 een WW-uitkering, waarvan het dagloon in 2002 met terugwerkende kracht werd verhoogd. Appellant weigerde aanvankelijk wettelijke rente over de nabetaling te vergoeden, maar erkende later de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit en kende rente toe vanaf 1 september 2001.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was en dat appellant vanaf 1 februari 1994 wettelijke rente verschuldigd was. Appellant stelde dat de gevolgen van de onrechtmatigheid voor rekening van betrokkene moesten komen, omdat het dagloon destijds was vastgesteld op basis van door betrokkene en zijn werkgever verstrekte gegevens en betrokkene pas na acht jaar om herziening vroeg.
De Raad onderschreef het standpunt van appellant dat de wettelijke beslistermijn was overschreden en dat rente vanaf 1 september 2001 terecht werd toegekend. Wel stelde de Raad vast dat appellant rente over rente had verzuimd toe te kennen, waardoor het bestreden besluit niet kon standhouden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met de kanttekening dat appellant een nieuw besluit moet nemen en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit waarin rente over rente wordt toegekend en tot betaling van proceskosten.