ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit onderhuur
Appellant ontving bijstand en werd door het College van burgemeester en wethouders van Landgraaf teruggevorderd wegens niet opgegeven inkomsten uit onderhuur van een derde. Het College stelde dat appellant inkomsten had ontvangen van 21 juni 2000 tot 8 juli 2002 en later ook in 2004, waarop besluiten tot terugvordering en verlaging van bijstand werden genomen.
Appellant betwistte de periode van inkomsten en overhandigde verklaringen en bewijsstukken, waaronder een aangifte van inbraak en kwitanties van huurbetalingen, die duiden op een kortere periode van onderhuur. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Raad vernietigde deze uitspraken omdat het College onvoldoende had gemotiveerd en de bewijslast niet had gedragen.
De Raad oordeelde dat het College niet aannemelijk had gemaakt dat de onderhuurinkomsten zich uitstrekten tot 8 juli 2002 en stelde de einddatum op 31 december 2001. Tevens oordeelde de Raad dat het College onterecht een verlaging van bijstand toepaste in plaats van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht. De besluiten werden vernietigd en het College werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het College werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten van het College en bepaalt dat nieuwe besluiten moeten worden genomen met correcte motivering en periodebepaling.