ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag na proeftijd wegens onvoldoende taalvaardigheid politieagent
Betrokkene was vanaf 16 mei 2001 in tijdelijke dienst bij de politieregio Utrecht met een proeftijd van een jaar. Na een personeelsbeoordeling van 22 maart 2002 met het eindoordeel "onvoldoende" werd de proeftijd verlengd tot 16 mei 2003. Bij besluit van 29 april 2003 verleende appellant betrokkene eervol ontslag wegens niet voldoen aan de eisen van bekwaamheid en geschiktheid, met name vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het ontslagbesluit vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een recente personeelsbeoordeling. Appellant stelde in hoger beroep dat de taalproblemen vanaf het begin een struikelblok waren en dat betrokkene herhaaldelijk op zijn tekortkomingen was gewezen. Ook waren er inspanningen geleverd zoals taalcursussen en persoonlijke begeleiding.
De Raad oordeelde dat appellant terecht kon stellen dat betrokkene niet voldeed aan de redelijke eisen van bekwaamheid en geschiktheid. Het ontbreken van een schriftelijke motivering in het primaire besluit werd hersteld in het bestreden besluit. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond en het beroep tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing niet-ontvankelijk. Tevens werden nadere besluiten van appellant vernietigd en werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.