ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gemiddeld aantal arbeidsuren en dagloon WW-uitkering
Appellante was werkzaam bij een werkgever tot 1 augustus 2004 en ontving vanaf 2 augustus 2004 een WW-uitkering. Zij maakte bezwaar tegen de vaststelling van het gemiddeld aantal arbeidsuren en de hoogte van het dagloon door het UWV. Het bezwaar tegen het dagloon werd gegrond verklaard, maar het bezwaar tegen het gemiddeld aantal arbeidsuren werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bleef alleen het geschil over het gemiddeld aantal arbeidsuren dat appellante als uitzendkracht werkte, vastgesteld op 2,03 uur per week. Appellante voerde aan dat de beoordelingsperiode van 26 weken niet passend was vanwege verplichte schoolvakanties en dat toeslagen voor vakantiedagen en feestdagen niet waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat de wettelijke beoordelingsperiode van 26 weken dwingend is en dat appellante niet onder een afwijkende groep valt. Tevens concludeerde de Raad dat het UWV wel degelijk rekening had gehouden met toeslagen en dat de door het UWV gebruikte gegevens over de gewerkte uren juist waren. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het gemiddeld aantal arbeidsuren correct heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep af.