ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens correcte naleving hoorplicht in bezwaarprocedure
De Raad voor de Rechtspraak heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank Roermond heroverwogen omtrent de naleving van de hoorplicht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De rechtbank had het besluit van 22 december 2004 vernietigd omdat appellant geen uitstel van de hoorzitting had verleend aan een adviseur van belanghebbende, Hermans.
De Raad stelde vast dat Hermans niet als gemachtigde van belanghebbende was aangemeld, maar als adviseur door de gemachtigde was ingeschakeld. Appellant had belanghebbende en haar gemachtigde uitgenodigd voor een hoorzitting en eenmaal uitstel verleend. Verdere verzoeken om uitstel werden afgewezen, wat volgens de Raad niet onaanvaardbaar was.
Omdat noch belanghebbende noch haar gemachtigde op de hoorzitting verschenen, oordeelde de Raad dat appellant niet in strijd had gehandeld met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug ter nadere behandeling, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug wegens correcte naleving van de hoorplicht.