ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AAW-uitkering met terugwerkende kracht ondanks werkzaamheden zelfstandige
Appellante, werkzaam als zelfstandige, ontving een AAW-uitkering die later werd omgezet naar een WAZ-uitkering. Het UWV besloot de uitkering met terugwerkende kracht te korten over de periode 17 maart 1997 tot en met 31 december 1998, omdat appellante inkomsten uit haar zelfstandige werkzaamheden had die invloed hadden op de hoogte van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij redelijkerwijs had moeten beseffen dat zij te veel uitkering ontving. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet kon weten dat zij teveel ontving en dat het UWV het vertrouwensbeginsel had geschonden, mede omdat een arbeidsdeskundige zou hebben toegezegd dat geen korting zou plaatsvinden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaren tijdig waren ingediend en dat het UWV terecht de uitkering had gekort. De Raad benadrukte dat appellante rekening had moeten houden met de invloed van haar inkomsten op de uitkering en dat er geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan dat geen korting zou plaatsvinden. Het vertrouwensbeginsel stond de korting niet in de weg omdat appellante onvoldoende had aangetoond dat het UWV een rechtens te respecteren vertrouwen had gewekt.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de AAW-uitkering met terugwerkende kracht en wijst het beroep van appellante af.