ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstandsuitkering na ontslag
Appellant werd op 18 december 2002 op staande voet ontslagen en vocht dit aan. Na een vergunning voor ontslag per 30 april 2003 en afwijzing van zijn rechtsvordering, vroeg appellant op 4 september 2003 bijstand aan. Het College kende bijstand toe vanaf die datum, niet vanaf de ontslagdatum. Appellant stelde dat zijn advocaat hem had geadviseerd te wachten met aanvragen.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden aanwezig, ook niet door het advies van de advocaat. De verantwoordelijkheid voor tijdige melding ligt bij appellant.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.