ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak op verstrekking van een daisyspeler wegens niet voldoen aan indicatievoorwaarden
Appellante heeft via haar huisarts een aanvraag ingediend voor de verstrekking van een daisyspeler, bedoeld voor communicatie en informatievoorziening voor bepaalde gehandicapten. De zorgverzekeraar DSW wees deze aanvraag af omdat appellante niet viel onder de groepen die volgens de Regeling Hulpmiddelen 1996 aanspraak kunnen maken op deze voorziening. De Commissie Verstrekkingengeschillen van het College voor Zorgverzekeringen onderschreef deze afwijzing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep heeft appellante deze uitspraak bestreden, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Ziekenfondswet en de daarop gebaseerde regelingen een gesloten systeem vormen waarin alleen aanspraak bestaat op verstrekkingen die uitdrukkelijk zijn genoemd.
De Raad stelde vast dat de Regeling Hulpmiddelen 1996 een limitatieve opsomming geeft van hulpmiddelen en de groepen die hiervoor in aanmerking komen, waaronder visueel gehandicapten, dyslectici en motorisch gehandicapten. Appellante voldeed niet aan deze criteria, omdat haar klachten niet wezen op een visuele of motorische handicap of dyslexie zoals wettelijk gedefinieerd.
Daarom werd de afwijzing van de aanvraag door DSW bevestigd en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bekrachtigd. De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een daisyspeler wordt bevestigd omdat appellante niet tot de in de Regeling genoemde groepen behoort.