ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet-melding van vermogen en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen sinds december 2001 een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente 's-Hertogenbosch beëindigde de uitkering per 1 juni 2004 nadat uit een onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellanten een bankrekening bij de Kredietbank Luxembourg (KB Lux) hadden die zij niet hadden gemeld.
De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) had via gegevensvergelijking vastgesteld dat appellant de rekeninghouder was van de betreffende rekening. Appellanten weigerden tijdens verhoren mee te werken aan nader onderzoek en ontkenden het bezit van de rekening. Het College stelde dat appellanten de inlichtingenverplichting uit artikel 17 WWB Pro hadden geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het College terecht de uitkering had beëindigd vanwege de schending van de mededelingsplicht en het ontbreken van medewerking, en dat er geen reden was om het besluit te vernietigen of de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellanten wordt beëindigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en niet-melding van een bankrekening.