ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-schatting arbeidsongeschiktheid na wachttijd
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het UWV-besluit handhaafde waarbij aan appellant een WAO-uitkering werd toegekend na een wachttijd van 52 weken, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
De rechtbank had geoordeeld dat het UWV niet onjuiste medische beperkingen had vastgesteld, mede gelet op het deskundigenrapport van reumatoloog Schardijn. Wel oordeelde de rechtbank dat de functie van schoonmaker gebouwen niet bij de schatting betrokken had mogen worden vanwege onvoldoende toelichting op de markering voor tillen. Hierdoor bleven slechts twee functies over, wat onvoldoende was voor de schatting.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn fluctuerende gewrichtsklachten en dat ook de resterende functies onhaalbaar waren. De Raad volgde dit niet en stelde dat de conclusies van de onafhankelijke deskundige Schardijn, die zich kon verenigen met het belastbaarheidspatroon van de verzekeringsarts, leidend zijn. De fluctuaties in beperkingen waren onvoldoende om van een ernstiger situatie uit te gaan op de datum van het besluit.
De Raad achtte de functies passend en de markeringen voldoende toegelicht. De indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 65 tot 80% werd als juist bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de WAO-schatting van 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.