ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2003 stelde een verzekeringsarts een aanzienlijke verbetering vast, waarna het UWV de uitkering introk wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. In bezwaar werd dit herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was, met name omdat een functie met ploegendiensttoeslag ten onrechte werd meegenomen. De Raad concludeerde dat deze functie niet geschikt was voor de schatting en dat slechts twee functies resteren, onvoldoende voor de schatting.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en beval een nieuw besluit aan. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €966 en griffierechten van €133 aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met een juiste arbeidskundige onderbouwing.