ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging Functionele Mogelijkheden Lijst bij WAO-herbeoordeling
Appellante, voormalig verpleegkundige, viel in 1999 uit wegens een peesontsteking en rugklachten en ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Bij de eerste herbeoordeling in 2002 stelde de verzekeringsarts een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op waarin appellante licht beperkt werd geacht bij frequent reiken. Op basis hiervan stelde een arbeidsdeskundige een verlies aan verdiencapaciteit van 31,30% vast.
Het UWV herzag in 2003 de uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de gewijzigde FML door de bezwaarverzekeringsarts voldoende was gemotiveerd. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de bezwaarverzekeringsarts de FML op het punt frequent reiken mocht aanpassen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts Dekhuijzen terecht de FML had bijgesteld, waarbij rekening was gehouden met eerdere beoordelingen. De Raad vond geen onjuistheden in de gewijzigde FML en bevestigde dat de functies die appellante kon verrichten passend waren. De mate van arbeidsongeschiktheid werd daarom terecht vastgesteld op 25-35%. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard.