ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van WW-uitkering bij volledige werkhervatting en samenloop van rechten
Appellante had twee rechten op WW-uitkering: recht I gebaseerd op 32 arbeidsurenverlies per week en recht II gebaseerd op 8 uren per week. Recht I liep tot 14 september 2004, waarna recht II van kracht was. Op 15 september 2004 hervatte appellante haar werkzaamheden.
Het UWV beëindigde recht I per 13 september 2004 wegens het bereiken van de maximale uitkeringsduur en recht II per 20 september 2004 wegens werkhervatting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het UWV de uren van werkhervatting in de week van 13 tot 19 september 2004 op recht II had toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat op het moment van werkhervatting alleen recht II bestond en dat het beëindigen van recht II per 13 september 2004 correct was. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.