ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door verstoorde arbeidsverhouding
Appellante, werkzaam als verpleegkundige sinds 1978, raakte in conflict met haar werkgever na klachten over haar gedrag in 2003. Ondanks gesprekken en mediationpogingen escaleerde de situatie, leidend tot ontbinding van haar arbeidsovereenkomst in februari 2004 wegens een onoverbrugbaar verschil van inzicht.
Na haar ontslag vroeg appellante een WW-uitkering aan, die het UWV bij besluit van juli 2004 geheel en blijvend weigerde wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat appellante haar gedrag in overwegende mate kon worden verweten.
In hoger beroep beperkte appellante zich tot de mate van verwijtbaarheid en voerde zij aan dat zij slachtoffer was van intimidatie en dat haar agressieve brieven mede veroorzaakt waren door persoonlijke omstandigheden. De Raad oordeelde echter dat appellante volledig verantwoordelijk was voor haar gedragingen en dat de werkgever voldoende pogingen had gedaan om het conflict op te lossen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellante wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.