ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft na een arbeidsongeval op 5 oktober 1970 een aangezichtsfractuur opgelopen en ontving tot 13 oktober 1970 een Ziektewetuitkering. Vervolgens heeft hij tot juni 1971 in Nederland gewerkt, waardoor niet is voldaan aan de eis van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid voor een WAO-uitkering.
Appellant heeft in 2000 een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering wegens blijvende arbeidsongeschiktheid, ondersteund met medische stukken. De Raad concludeert echter dat deze medische stukken geen bewijs leveren van onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende de vereiste periode.
De Raad overweegt dat het tijdsverloop van ruim 30 jaar en het ontbreken van eerdere ziekmeldingen via de CNSS het risico van onduidelijkheid voor appellant laat zijn. De weigering van het UWV wordt daarom bevestigd en er is geen aanleiding om af te wijken van het bestuursrechtelijk bezwaarartikel 8:75 Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt zijn.