ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens ongeschiktheid voor functie zweminstructeur
Appellant was sinds 1990 in dienst bij de gemeente Amsterdam en werkte vanaf 1994 als zweminstructeur. Na privatisering werd hij gedetacheerd bij een privaat bedrijf. Vanaf eind 2001 werd zijn functioneren als onvoldoende beoordeeld, met meerdere gesprekken en evaluaties tot gevolg.
In augustus 2003 is appellant ontslagen wegens ongeschiktheid anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken. Het dagelijks bestuur handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat ongeschiktheid moet blijken uit concrete gedragingen, zoals het niet naleven van zwemveiligheidsregels, te laat komen, vrij zwemmen tijdens werktijd, en conflicten met collega’s. Ondanks intensieve begeleiding verbeterde appellant niet wezenlijk. Pogingen tot herplaatsing faalden mede doordat appellant zich bleef richten op zijn oorspronkelijke functie.
De Raad vond het ontslag daarom gegrond en het dagelijks bestuur bevoegd om tot ontslag over te gaan. Er was geen wettelijke verplichting tot herplaatsingsonderzoek, maar het bestuur had op zorgvuldige wijze gehandeld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ongeschiktheid voor zijn functie wordt bevestigd.