ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering met beoordeling dringende redenen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening en terugvordering van haar bijstandsuitkering over de periode 1997-1998, waarbij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bedrag van oorspronkelijk € 2.746,20 terugvorderde. Na een nieuw besluit is dit bedrag verlaagd naar € 1.037,26. Appellante stelde dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, onder meer vanwege de lange tijd tussen inkomstenontvangst en terugvordering, de wijze van totstandkoming en haar financiële situatie.
De Raad oordeelt dat de herziening en hoogte van de terugvordering niet langer in geschil zijn, maar dat alleen de vraag of dringende redenen bestaan om (gedeeltelijk) af te zien van terugvordering moet worden beantwoord. Volgens vaste rechtspraak zijn dringende redenen alleen aanwezig bij onaanvaardbare sociale of financiële consequenties. De Raad ziet deze redenen niet, mede omdat de beslagvrije voet voldoende bescherming biedt.
Verder is de aflossingscapaciteit door het College vastgesteld op € 105,03 per maand, waarbij het beleid gehanteerd wordt geen rekening te houden met schulden die na bekendheid met de schuld zijn aangegaan of niet direct opeisbaar zijn. De Raad acht dit beleid redelijk en bevestigt de berekening van de aflossingscapaciteit. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat onjuiste besluiten geen gerechtvaardigde verwachtingen scheppen.
De Raad vernietigt het besluit van 20 januari 2004 voor zover het de hoogte van de terugvordering betreft, verklaart het beroep tegen het besluit van 6 december 2005 ongegrond en bevestigt het beroep tegen het besluit van 23 december 2004. Het College wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de hoogte van de terugvordering wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het latere besluit wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in proceskosten.