ECLI:NL:CRVB:2006:AY9827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel UWV over geschiktheid voor functies bij WAO-schatting
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek naar zijn beperkingen onzorgvuldig was en dat de verzekeringsarts onjuiste conclusies trok, waardoor hij niet in staat zou zijn de geduide functies te verrichten.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater, G.T. Gerssen, die concludeerde dat appellant op de peildatum leed aan een aanpassingsstoornis met angst en een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis, maar wel in staat was de functies te vervullen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en oordeelde dat het UWV voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen had geduid die passend en geschikt waren voor appellant.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat daarvoor geen gronden aanwezig waren.
De uitspraak werd gedaan door J. Brand en uitgesproken op 11 oktober 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.