ECLI:NL:CRVB:2006:AY9823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het tijdelijk dienstverband en nabetaling ambtenaar bij belastingdienst
Appellant was tijdelijk aangesteld als Technisch InfraStructuur Beheerder bij de belastingdienst in Utrecht van november 2001 tot november 2002. Het dienstverband werd tussentijds beëindigd wegens ongeschiktheid, maar na bezwaar werd dit besluit deels herroepen en werd vastgesteld dat het dienstverband voortduurde tot november 2002 met uitbetaling van bezoldiging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk voor zover het ging om het niet verlengen van het dienstverband na november 2002, omdat er geen procesbelang zou zijn. Appellant stelde in hoger beroep dat er wel procesbelang was, met name vanwege onbetaalde overwerk-, compensatie-, verlof- en vakantie-uren, alsmede aanspraken op tegemoetkoming ziektekosten en spaarloon.
De Raad oordeelt dat appellant wel degelijk een concreet procesbelang heeft voor de aanspraken op tegemoetkoming ziektekosten en spaarloon vanaf mei 2002, en vernietigt het eerdere oordeel over niet-ontvankelijkheid. De Raad stelt vast dat het dienstverband na november 2002 niet verlengd hoefde te worden vanwege de tijdelijke aard van de aanstelling in verband met reorganisatie. Ook zijn er geen toezeggingen geweest die een verlenging rechtvaardigen.
De Raad veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen over de nabetaling van bezoldiging vanaf mei 2002, met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard voor de nabetaling vanaf mei 2002 en ongegrond voor het niet verlengen van het dienstverband.