ECLI:NL:CRVB:2006:AY9708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging bovenwettelijke werkloosheidsuitkering bij tijdelijke arbeidsovereenkomst
Betrokkene was na ontslag bij Stichting Dienst Waterbeheer en Riolering (DWR) in aanmerking gekomen voor een WW-uitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering op grond van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW). Na indiensttreding bij De Meren als projectmedewerker werd deze uitkering gedeeltelijk beëindigd en werd een toeslag toegekend tot 90% van het bovenwettelijke dagloon, met een duurbeperking tot uiterlijk 9 november 2009.
Betrokkene stelde dat het besluit onjuist was omdat het gebaseerd was op de SAW-regeling terwijl het op hem toepasselijke Arbeidsvoorwaardenreglement DWR gold, waarin volgens hem geen dergelijke duurbeperking was opgenomen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens strijd met de Awb.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de SAW- en DWR-regelingen identiek waren, maar de Raad stelde vast dat in de DWR-regeling de beperking tot ¾ van de uitkeringsduur ontbrak. De Raad oordeelde dat het besluit berustte op een onjuiste wettelijke grondslag en onvoldoende was gemotiveerd, en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.