ECLI:NL:CRVB:2006:AY9654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WAZ-uitkering na hersenbloedingen en omvang van het geding
Appellanten, de erven van betrokkene, stelden beroep in tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met ingang van 3 april 2002 wegens arbeidsongeschiktheid sinds 2 april 2001.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en behandelde tevens gronden met betrekking tot artikel 39a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), hetgeen de Raad ambtshalve buiten de grenzen van het geding achtte en daarmee artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht schond.
Medisch is vastgesteld dat betrokkene sinds april 2001 door twee hersenbloedingen fors arbeidsbeperkingen heeft. De stelling van appellanten dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vóór 2 april 2001 lag, werd niet medisch onderbouwd en door de Raad verworpen.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat betrekking heeft op de WAO-aanspraken, bevestigt de rest van de uitspraak en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 oktober 2006.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak over WAO-aanspraken, bevestigt het overige en veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierechten.