ECLI:NL:CRVB:2006:AY9615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische belastbaarheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting werd besproken dat appellante haar beroepsgronden en medische stukken laat had ingediend, waardoor het UWV geen reactie kon geven. De Raad overwoog dat er geen aanwijzingen waren dat de functionele mogelijkheden van appellante waren overschat en dat er geen objectiveerbare oorzaak voor haar klachten was.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat met alle klachten voldoende rekening was gehouden volgens de functionele mogelijkhedenlijst en dat de bezwaren tegen gewijzigde belastbaarheid en het gebruik van NVAB-richtlijnen ongegrond waren. Ook de rapportages van de revalidatiearts konden de uitkomst niet wijzigen.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte standhoudt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen reden om de zaak te heropenen of het besluit te vernietigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.