ECLI:NL:CRVB:2006:AY9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste functiegeschiktheid
Appellante, uitgevallen wegens schildklieraandoening en rugklachten, verzocht om een WAZ-uitkering die door het Uwv werd geweigerd omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde een eerder bezwaarbesluit, waarna het Uwv het primaire besluit op medische gronden heroverwoog en handhaafde.
De Centrale Raad oordeelt dat de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts juist is, waarbij rekening is gehouden met de relevante aandoeningen. De door appellante aangevoerde beperkingen, zoals hooikoorts en allergieën, zijn niet medisch onderbouwd. Ook de voorgehouden functies zijn passend geacht, omdat zij geen tijdsdruk bevatten en geschikt zijn voor haar belastbaarheid.
De Raad overweegt dat een overschrijding van de redelijke beslistermijn op grond van artikel 6 EVRM Pro niet kan leiden tot toekenning van een uitkering die wettelijk niet toekomt. Er is geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenvergoeding. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit worden bevestigd.
Uitkomst: De weigering van de WAZ-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 25% arbeidsongeschikt is en de voorgehouden functies passend zijn.