ECLI:NL:CRVB:2006:AY9264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Weigering terug te komen op rechtens onaantastbaar Wajong-besluit ondanks nieuwe medische inzichten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op een besluit van 18 december 1998 waarin haar aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. Dit besluit was in rechte onaantastbaar geworden. Het UWV herbeoordeelde de zaak volledig maar handhaafde het oorspronkelijke besluit bij een besluit van 30 januari 2003.
Appellante stelde dat er nieuwe medische feiten waren, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis en een eetstoornis, die haar klachten destijds in een ander licht plaatsen. Zij overlegde medische rapporten en brieven van psychiaters, huisartsen en specialisten ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat hoewel er sprake was van nieuwe feiten en veranderde omstandigheden, deze geen aanleiding gaven om het oorspronkelijke besluit te herzien. De medische situatie ten tijde van het oorspronkelijke besluit was minder ernstig en de latere ernstiger psychische problematiek verklaart achteraf de eerdere toestand, maar maakt het eerdere besluit niet onjuist.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Almelo, waarmee het verzoek van appellante werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt het besluit van het UWV om niet terug te komen op het rechtens onaantastbare Wajong-besluit.